Rauw.

Rauw.
10/08/2010

Het boek ‘Door het oog van de naald' is een verslag van een hallucinante trip door de wereld van junks en daklozen. Na in de krant gelezen te hebben dat in Gent 2500 mensen kind aan huis zijn bij de methadonkliniek van het MSOC besloot Tim Van Steendam hier een boek over te schrijven. Hij leerde een ander Gent kennen.

Zelf woont hij hier tien jaar. Maar tijdens de maanden in het kielzog van junks en daklozen zag hij een andere stad. Het contrast tussen die leefwerelden schetst hij in het begin van zijn boek. Hij beschrijft vol kleur hoe plezant Gent is om in te wonen en te werken. Maar geleidelijk aan neemt het contrast toe en voor we het goed en wel beseffen zitten we middenin de rauwe realiteit van junks en daklozen.

Dat het geen doetjes zijn maar ze elkaar met gemak de nek om wringen (of beter een mes in het gezicht planten), wordt doorheen het boek duidelijk. Maar ook de uitzichtloosheid van hun situatie. Hoe de hulpverlening tekort schiet. Drugsverslaafden die dakloos zijn én psychologisch een wrak, maar toch kunnen ze nergens terecht. Toch is er een zeer brede waaier van diensten en plekken waar eten te krijgen valt, een bed voor een nacht, een douche en zelfs een leefloon. Het OCMW wordt schamper ‘de kassa' genoemd en ergens in het boek vraagt een dakloze zich luid op af hoe het toch komt dat ze elke maand geld trekken om niets te hoeven doen.

Hoewel je aan overleven op straat ook een dagtaak hebt. Flessen met statiegeld uit vuilnisbakken vissen, bedelen tot je genoeg geld om jezelf een shot te zetten naar de andere wereld, je daarvoor terugtrekken in een kraakpand, jezelf een paar schoenen scoren in de wasserette... Maar evengoed urenlang rondlummelen op de pleinen en straten van Gent. De tijd dodend met liters cara pils of versmorend in een weedroes. Maar je hebt best ogen op je rug (of kont maar om dat te snappen moet je zelf het boek lezen) voor het geval een woesteling opduikt aan wie je nog 10 euro moet.

Allemaal plekken waar ik - net als de auteur voor hij aan het boek begon - dagelijks vrolijk voorbij fiets. Hoewel een aantal personages het einde van het boek niet halen, zwerft een deel ervan zeker nog steeds rond op de pleinen en straten van Gent. Hopelijk is dat niet het geval voor die ene man die er wél uit leek te raken. Na een jaar min of meer clean te zijn en met de hulp van een handvol instanties en organisaties wist die zichzelf terug een plek in de maatschappij te veroveren.

Doorheen het boek komen instanties als de nachtopvang voor daklozen, het SOC en het MSOC aan bod. Ook straathoekwerk en de politie passeren de revue. En de inmiddels beruchte (en intussen ‘opgekuiste') tuinhuisjes aan de Wondelgemse meersen.

Hoewel niet de meest opbeurende vakantieliteratuur, heb ik het boek op één dag onder de Franse zomerzon uit gelezen. Het hielp me een beter zicht te krijgen op dat deel van de stad, dat ook voor gemeenteraadsleden doorgaans mooi verborgen blijft. Tenzij je het zelf haast gaat opzoeken. Op het gevaar af van dan als miserabilist en sensatiezoeker versleten te worden. Ik weet dat mijn tussenkomsten in de gemeenteraad over de nachtopvang niet altijd in dank afgenomen worden. Ook door zij die dag in dag uit met daklozen werken. Omdat de problematiek zoveel ingewikkelder is dan het stellingendebat in de gemeenteraadszaal. Het gaat niet gewoon over meer bedden, maar over verschillende soorten opvang en hoe je mensen terug uit een uitzichtloze situatie kunt trekken. Over het traject van ex-gedetineerden. Psychiatrische patiënten als tikkende tijdsbommen en de harde strijd onderaan de samenleving tussen nieuwkomers en de anciens die elkaar soms naar het leven staan omdat ze elkaars grootste concurrenten zijn in het vinden van een betaalbare woonst, hulp en jobs.

Maar - zelfs met de nodige nuances en de toon van de auteur die doorheen het boek niet alleen scherp is voor onze samenleving maar dat ook wordt voor de daklozen en junks zelf - strookt dit boek niet met de citymarketing van Gent. Het brengt ruis in het verhaal over de gezellige en solidaire stad. Ik betwijfel of dit verslag de auteur door de sociale organisaties en op het stadhuis in dank afgenomen wordt . Het boek brengt weliswaar op een andere manier dan het fotoboek ‘Lijn 3' over de Brugse Poort verslag van eenzelfde rauwe realiteit. Minder gefocust op één buurt, meer op de interacties tussen mensen en de confrontatie van twee realiteiten in één stad die niet enkel plaats vindt op de Brugse Poort maar ook in de Muide, het Rabot, Nieuw Gent en zelfs het historische centrum. Toegegeven, het is geen mooie realiteit om naar te kijken. De junks en daklozen dikken hun verhalen voor het oog van de camera of de recorder van een schrijver ook nog wat aan met een skelet hier en een gruwelijke marteling daar, maar dat betekent niet dat we blind mogen zijn voor deze realiteit.