27 mei 2015

De Onderwijsvisie van Steiner en Freinet

Knack - 27 Mei 2015 Algemeen secundair onderwijs (aso) en beroepssecundair onderwijs (bso) onder één dak, het kan. Knack ging op bezoek bij de Rudolf Steinerschool van Lier en het Gentse Freinetatheneum De Wingerd, twee scholen die buiten de lijntjes kleuren.Wolkbreuk boven Lier. Op twee dappere voetballers na is de speelplaats van de middelbare Steinerschool verlaten. Water gutst door de transparante afvoerpijp in het atrium, het epicentrum van een merkwaardig schoolgebouw. 'Ontworpen door de vader van een leerling die architect is', zegt directrice Floortje Nijssen (60). 'Een combinatie van houtskelet en met klei bedekte stromuren. Duurzaam en relatief goedkoop. Als vrij gesubsidieerde school hebben we bijna de helft van het budget zelf bijeengeharkt, met steun van de ouders die hier ook stevig de handen uit de mouwen hebben gestoken.'

Duurzaam wonen, dat is meteen ook de enige afstudeerrichting in de bso-afdeling. Vijftig leerlingen van de tweede en derde graad verdiepen zich dit schooljaar in bio-ecologische bouwmaterialen en natuurlijke afwerkingstechnieken. 'Zeven jaar geleden mee begonnen', zegt Nijssen. 'Blijkbaar was het een gat in de markt, want intussen wordt duurzaam wonen ook door twee beroepsscholen van het gemeenschapsonderwijs (GO) aangeboden. Met een ervan werken we nauw samen.'

Vlaanderen telt zeven middelbare Steinerscholen, vernoemd naar de Duitse pedagoog, filosoof en esotericus Rudolf Steiner (1861-1925). Lier is een buitenbeentje: de enige school waar aso en bso onder één dak wordt aangeboden. 'De chemie werkt', zegt Nijssen. 'Ondanks de verschillen hebben beide groepen veel aan elkaar. Ze maken samen uitstappen. Bso'ers vragen die van het aso regietips voor hun toneelvoorstelling, en omgekeerd kloppen die van het aso bij die van het bso aan voor decorstukken als ze zelf toneel spelen.'

Het is kalm in het atrium. Meer dan de helft van de 200 leerlingen is vandaag afwezig: de volledige bso-afdeling op bedrijfsstage, verschillende aso-klassen op uitstap. De achterblijvers hokken tijdens de middagpauze in groepjes samen op trappen en banken. Smartphone in de hand, liedjes en apps delen. In het atrium staat nochtans een kanjer van een weefgetouw met een half afgewerkt wandtapijt. Uitnodigend genoeg, maar niemand kijkt er naar om. Elektronisch amusement boven artistiek handwerk? Is dit wel een Steinerschool? 'Wees gerust', zegt Nijssen die zelf de ironie van de situatie inziet. 'Er wordt tijdens de recreatie ook nog gezongen, geschaakt en toneel gespeeld. Maar inderdaad, ook onze leerlingen brengen smartphones en tablets mee. In de klas worden die niet toegelaten, maar waarom zouden we ze 's middags verbieden? We moeten met onze tijd mee, deze jongeren zijn net zo goed digital natives als de leerlingen van andere scholen.'

Kamperende ouders zoals in de Secundaria Steinerschool van Wijgmaal bij Leuven hebben ze in Lier nog niet gezien. In de provincie Antwerpen zijn er nog twee aso-Steinerscholen, de taart wordt verdeeld. Maar de school in Lier, zo'n 35 jaar geleden begonnen als een kleuterklasje in de woonkamer van een ouder, barst uit haar voegen. De aso-afdeling gaat uitbreiden, er komt onder meer een gloednieuw computerlokaal. Opmerkelijk, want lange tijd waren computers net zoals televisie taboe. Onverenigbaar met de Steinerpedagogie, waarin het persoonlijk ontwikkelingstraject centraal staat. In drie fasen van zeven jaar gaat het van kleuter tot volwassene. In elk van die stadia spreekt de Steinerschool drie 'kerngebieden' van de mens aan: het hart, het hoofd en de handen. Artistieke, ambachtelijke, sociale en motorische vaardigheden staan op gelijke hoogte met cognitieve capaciteiten. De ontplooiing van het kind dient zo natuurlijk mogelijk te verlopen, vertrekkend vanuit de eigen waarneming. Elektronica en televisie passen niet in dat plaatje.

Maar nu zijn er dus computers, en binnenkort stapt Nijssen met haar team in Smartschool, een populair digitaal leerplatform met schier eindeloze toepassingen. 'Vijf jaar geleden hebben we de ICT-bocht genomen', zegt ze. 'Daar is een stevige discussie binnen de Federatie van Steinerscholen aan voorafgegaan. Vooral bij de oudere generatie, echte Steinerpioniers in Vlaanderen, leefde de vrees dat onze pedagogische uitgangspunten zouden verwateren. Begrijpelijk, maar je kunt anno 2015 geen aso-leerlingen meer laten afstuderen die niet in staat zijn een fatsoenlijke powerpoint-presentatie te geven.'

wiskunde of moderne talen. Op het getuigschrift staat 'Rudolf Steinerpedagogie' als studierichting. 'Een erkend diploma dat toegang verleent tot hoger onderwijs', zegt de directrice met enige nadruk. 'Voor ons is het logisch dat we maar één basisrichting aanbieden. We gaan ervan uit dat onze leerlingen hier met voldoende bagage vertrekken om zelf hun weg te zoeken. Geen overhaaste keuzes opdringen, bij Steiner moet alles in de juiste ontwikkelingsfase gebeuren. Dat luistert nauw: Middelnederlandse poëzie geven we in het vierde jaar, terwijl dat volgens de klassieke leerplannen in het vijfde aan bod komt. Waarom afwijken? Omdat de gemiddelde puber in het vijfde al minder vatbaar is voor de schoonheid van Beatrijs en Mariken van Nieumeghen dan een jongere leerling in het vierde.'

Vanzelfsprekend is de erkenning niet. De federatie van Steinerscholen is naar het Arbitragehof moeten trekken om de goedkeuring van de eigen eindtermen door de minister van Onderwijs af te dwingen. Veel heeft te maken met het curriculum, waarin voor de inspectie moeilijk te controleren vakken als 'ambachten' en 'artistieke expressie' prijken. Maar ook het pedagogisch model riep vragen op. Rudolf Steiner was immers niet alleen een onderwijsvernieuwer, maar ook de grondlegger van de antroposofie. Het wereld- en mensbeeld in deze esoterische filosofie is een ratjetoe van oosterse en westerse religies, levensbeschouwingen en mythes. Predestinatie en karma horen erbij, in de ontwikkeling van de individuele mens weerspiegelen zich het ontstaan van het universum en de geschiedenis van de mensheid, een creationistisch proces waarin de ondergang van Atlantis een van de kantelmomenten vormt. De in 1861 geboren Oostenrijker was natuurlijk een product van zijn tijd. Zijn rassenpiramide met de Ariërs als top wekte destijds weinig verbazing, maar bleek in recentere tijden geen reclame voor de antroposofie waarop de Steinermethode steunt. Toch zullen weinigen Steiners verdiensten als pedagoog loochenen. Het centraal stellen van de eigen ervaring van het kind, de holistische visie op geestelijke en lichamelijke ontwikkeling, het zijn inzichten die later ook in het reguliere onderwijs zouden doorsijpelen.

'Antroposofie is hier geen vak', zegt Nijssen. 'Heel wat leerlingen studeren af zonder te weten wie Rudolf Steiner was. Er is veel veranderd. In de pioniersjaren was Steiner echt iets voor alternatievelingen, om niet te zeggen geitenwollensokkers. Maar nu? De meeste ouders zijn doodgewone mensen die niks met antroposofie hebben, vaders en moeder die Steiner als een goede school voor hun kind zien.' Ook Nijssen, een germaniste met een aanvullende toneelopleiding die ook nog voor de klas staat, wil zichzelf geen antroposofe noemen. 'En dat geldt voor de meeste collega's, die overigens allemaal gewone onderwijsdiploma's hebben. Uiteraard moeten ze achter de methode staan, de Federatie geeft daar ook workshops over. Steiner blijft de inspiratie, zijn naam valt nog geregeld in de lerarenkamer. Maar er is een generatiewissel aan de gang, de pioniers staan op de rand van hun pensioen. Jongere collega's geven een nieuwe invulling aan de Steinerpedagogie.'

Zo ook in Lier. Specialisatie is een woord dat klinkt als een vloek in de Steinerkerk. Toch zal Nijssen in de Federatie een lastig punt aansnijden: het bijsturen van de bso-opleiding duurzaam wonen. 'Die draait goed,' zegt ze, 'maar we krijgen feedback van bedrijfsleiders en oud-leerlingen dat we te breed gaan. Onze leerlingen weten van alles wat, maar van niks genoeg om meteen in het beroepsleven te stappen. We moeten het roer omgooien en meer specialisatie inbouwen.'

De bel gaat, lokalen stromen leeg en weer vol. Zelfs nu de school op halve kracht draait, valt het op: weinig kleur in de populatie.'Jammer, want diversiteit is een verrijking', zegt Nijssen. 'Vlak bij ligt nochtans een sociale woonwijk met veel allochtonen, maar die raken niet over onze drempel. We hebben het imago van een dure school. Ten onrechte, ook al vraagt de oudervereniging een vrijwillige bijdrage. Wellicht heeft het ook met onze pedagogie te maken. Het benadrukken van vaardigheden zoals creativiteit en mondigheid schrikt sommigen af. We vragen ook betrokkenheid, per klas komen de ouders maandelijks samen. Toch zijn we geen eliteschool, ons aandeel GOK-kinderen ('gelijke onderwijskansen') ligt een stuk boven het regionale gemiddelde. Ook leerstoornissen zijn oververtegenwoordigd. Steinerscholen hebben een zorgreputatie. Daar zijn we trots op, maar het gevolg is wel dat we als een magneet kinderen met dyslexie, dyscalculie en autismespectrumstoornissen aantrekken. We kunnen of willen geen kinderen weigeren, maar we proberen het evenwicht te bewaren. Meer dan een kwart kinderen met een leerstoornis of GOK-achtergrond kan een klas niet aan.'

De namiddag besteden de leerlingen aan kunsten, techniek en ambachten. Schilderen, boetseren en toneelspelen, werken met materialen zoals hout, klei en wol. 'We volgen een drieledige dagindeling', legt Nijssen uit. 'De eerste twee uur, als de leerlingen nog fris zijn, geven we de periodevakken. Zo werken we onder meer geschiedenis, aardrijkskunde en biologie af: drie weken lang iedere dag twee uur, daarna een afrondende toets. De rest van de voormiddag komen de oefenvakken aan bod, vakken zoals wiskunde en talen die over het hele jaar worden uitgesmeerd. Na de middag laten we het cognitieve los, dan zijn de leerlingen echt wel toe aan creatieve en fysieke activiteiten. Vandaar natuurlijk het cliché dat buitenstaanders koesteren: de school waar kinderen leren dansen, knutselen en zingen. Terwijl we cognitief niet onderdoen voor richtingen als moderne talen of humane wetenschappen. Ook onze leerlingen krijgen in het laatste jaar vier uur wiskunde, ze zijn klaar voor hogere studies, van professionele bachelor tot universitair. Dat gaat heel breed, een van onze oud-leerlingen zit in zijn derde jaar aan de TU Delft. Toegegeven, dat is eerder uitzonderlijk. De meeste van onze aso-leerlingen kiezen voor humane wetenschappen of een artistieke richting.'

Nijssen, zelf moeder van elf, is de nuchterheid in persoon. De Steinermethode is niet voor iedereen weggelegd, geeft ze grif toe. 'Ik heb het zelf pas laat ontdekt, daarom hebben slechts twee van mijn kinderen Steineronderwijs gevolgd. Maar ik zie er ook twee voor wie Steiner sowieso niet de juiste keuze was geweest. Wiskundige bollebozen zijn wellicht beter af in een wiskunde-wetenschappen of een technische richting. En wie op zijn vijftiende al weet dat hij fotograaf wil worden, kan beter meteen kunstonderwijs (kso) volgen. Maar voor de rest? Kinderen die een beetje creatief zijn, vinden hier zeker hun draai.'

Toch zijn er voor ouders redenen om te twijfelen over de sprong naar Steiner. Het doorlichtingsrapport van de onderwijsinspectie uit 2012, te raadplegen op onderwijs. vlaanderen.be, leest bepaald niet als een aanbeveling. Er zijn woorden van lof voor de goede sfeer, de motivatie van het team en de betrokkenheid van de ouders. Maar de beoordeling van de leerplanrealisatie, zeg maar de overdracht van kennis en vaardigheden, is desastreus. Het rapport slaat op alle Steiner-aso's, uitgezonderd het Antwerpse Hibernia dat administratief onafhankelijk is. Beperkt gunstig, luidde het eindadvies, dat de scholengemeenschap aanspoorde om een verbeteringsplan op te stellen.

'Een koude douche', erkent Nijssen. 'Maar uit de nabespreking met het hoofd van de inspectie bleek het nog mee te vallen. We geven goed onderwijs, maar slagen er niet in dat met voldoende documenten te staven. Dat ligt deels aan het specifieke van de pedagogie. Geen handboeken, leerlingen moesten zelf nota's nemen. Geen rapporten met cijfers, wel beschrijvende evaluaties. Achteraf bekeken was die doorlichting een zegen, het heeft ons verplicht de ramen open te gooien voor een nieuwe wind. De voorbije twee jaar hebben we met de hele gemeenschap keihard gewerkt. Nieuwe leerplannen, handboeken, transparante evaluatiemethodes.'

En zo komt het dat er dit schooljaar rekenmachines in de wiskundeles worden gebruikt, een primeur. Maar op sommige punten houden ze bij Steiner het been stijf. Het periodiek systeem geven ze niet in de tweede graad, zoals de inspectie vraagt. Nijssen: 'Als je meteen verklapt dat chemie een zaak is van elektronen en protonen die elkaar aantrekken, gaat de hele magie verloren. We vertrekken liever vanuit de eigen waarneming. Zelf zeep maken, door de microscoop kijken hoe kristallen eruitzien. Via die ontdekkingstocht komen we ook wel bij de tabel van Mendelejev uit, maar dan in de derde graad.'

1966) ligt beduidend lager dan dat van Rudolf Steiner. Maar ook deze Franse onderwijzer gaf zijn naam aan een methode die wereldwijd navolging kreeg. Onderwijs moet aansluiten bij de leefwereld van kinderen, leren moet spannend en leuk zijn, het waren kort na de Eerste Wereldoorlog revolutionaire uitgangspunten. Freinet, behalve een veelschrijver en theoreticus ook een man van de praktijk, trok met zijn leerlingen naar het bos om er planten en dieren te bestuderen. Coöperatie werd een sleutelwoord, kinderen werkten in groepjes samen rond projecten waarover ze in zelfgemaakte klaskranten verslag uitbrachten.

Freinet ontwikkelde zijn methode voor basisscholen. Vlaanderen telt er intussen een negentigtal, verdeeld over het gemeenschapsonderwijs (GO), het onderwijsnet van steden en gemeenten (OVSG) en de onafhankelijke FOPEM-koepel (Federatie van Onafhankelijke, Pluralistische, Emancipatorische Methodescholen). Stilaan echter rukt de methode ook op in het secundair onderwijs. Tien middelbare scholen verspreid over vijf provincies bieden Freinet aan. Op de meeste plaatsen blijft het programma beperkt tot de eerste graad. Freinet wordt dan een alternatief voor de klassieke aso-richtingen op dezelfde campus, verpakt met een kekke naam om verwarring te voorkomen. Niet zo in het Gentse atheneum De Wingerd, voorlopig de enige middelbare school in Vlaanderen die exclusief Freinet organiseert, voor de volle zes jaar.

'De school is explosief gegroeid', zegt interim-directeur Nick Godschalk (32). 'De eerste lichting is in 2005 afgestudeerd. Het waren er geen tien, hun foto's hangen in de gang aan de muur. Er zit een piloot tussen, eentje heeft zijn eigen restaurant, een paar zijn in de kunstwereld beland. We proberen nog altijd het traject van onze oud-leerlingen te volgen, maar dat is intussen veel moeilijker geworden. Dit schooljaar hebben we hier 507 leerlingen rondlopen van wie er straks een stuk of tachtig uitstromen.' Rechten, psychologie, geneeskunde, ingenieurs, professionele bachelors in alle mogelijke disciplines: de alumni zwermen uit in het rijkgeschakeerde landschap van het hoger onderwijs. Maar we willen ons niet met onze slaagpercentages profileren,' zegt Godschalk, 'het is onze methode die het verschil maakt.'

Célestin Freinet zou het met plezier zien gebeuren: leerlingen die hun klaslokaal verlaten om kennis te maken met de wondere wereld van de goniometrie of hoekmeting. Hellingshoeken van trappen berekenen, of een dagje op stap met een professionele landmeter. 'Zo ervaren ze dat een meetkundig getal meer is dan een abstractie', zegt Godschalk, die tot zeer recent zelf wiskunde in de tweede graad gaf. 'We werken ook vakoverschrijdend. Esscher in de les plastische opvoeding, ook dat is meetkunde.' De school heeft een eigen moestuin voor multipel gebruik. De derdejaars krijgen er groene vingers tijdens de les natuurkunde, de vierdejaars benutten de tuin voor hun project buurtwerk, met medewerking van de bewoners van de omliggende torenflats.

Ervaringsgericht en projectmatig, de didactische concepten uit het lager onderwijs worden ook in het aso toegepast. Dat geldt eveneens voor de betrokkenheid van de ouders, al wordt die in het middelbaar anders ingevuld. 'Het spontane schoolpoortcontact van de basisschool valt natuurlijk weg', zegt Godschalk. 'Maar onze ouder-overleggroepen voor communicatie, zorg, projectwerking en evaluatie hebben effectieve inspraak. Ook de leerlingen worden betrokken. Er is het wekelijkse kringgesprek met de titularis, en klasafgevaardigden kunnen altijd terecht bij het team. Momenteel brainstormen we over een nieuw evaluatiesysteem. We willen daarbij ook de stem van de leerlingen horen, want een school maak je samen. Dat verloopt allemaal in een informele sfeer. Op deze school wordt iedereen bij de voornaam genoemd, van de poetsvrouw tot de directeur.'

Charlotte Nachtergaele (34), lerares Nederlands in het vierde en vijfde, kan vergelijken. Voor ze naar De Wingerd overstapte, gaf ze les in een 'gewone' middelbare school. 'Een goede school', zegt ze. 'Maar ik zou niet meer terug willen. De sfeer in de klas is heel anders. Deze kinderen zitten al jaren op een Freinetschool, velen al vanaf hun kleutertijd. Ze zijn mondig en kritisch, maar ook veeleisend. Je moet hier vooral niet op routine draaien, met een handboek alleen red je het niet. Wat me hier ook meteen opviel, was de solidariteit binnen het team. In de lerarenopleiding werd er amper een woord aan methodeonderwijs vuil gemaakt. Les geven in een Freinetschool is daarom een zoektocht, met vallen en opstaan. Dan is het wel fijn als je bij ervaren collega's te rade kunt gaan. Dat enthousiasme helpt ook om projecten te realiseren. Stel je voor, in de Vooruit hebben ze voor onze leerlingen een speciale editie van het literaire evenement Uitgelezen georganiseerd.'

De keuze in het eerste jaar is beperkt: moderne-wetenschappen of Latijn. Kennismaken met die klassieke taal gebeurt mondjesmaat. 'Twee uur in de week', zegt Godschalk. 'Net voldoende voor de leerlingen om uit te maken of Latijn echt hun ding is. Zo ja, dan gaan we in het tweede jaar voluit met vijf uur per week.' Het recept valt in de smaak, de zowat honderd plaatsen in het eerste jaar raken zo volzet. Ook hier moeten ze het schoorvoetend toegeven: De Wingerd is een wit bastion. 'Je kunt er inderdaad niet naast kijken. Er zijn wel allochtonen, maar je hebt niet veel handen nodig om ze te tellen. Dat wringt met het ideaal van Freinet, die onderwijs als een vorm van emancipatie zag.'

Maar er wordt aan gewerkt, letterlijk zelfs. De directeur laat ons de bouwplaats zien waar onlangs de eerste steen van de nieuwe middenschool werd gelegd. Vanaf september 2016 start hier een experiment dat perfect zou passen in het Masterplan van Pascal Smet. De brede school zonder schotten tussen aso, tso, en bso? Hier wordt dat een oriënterende eerste graad voor leerlingen uit de aso-stroom en uit de bso-stroom. 'We bundelen de krachten met onze buren', legt Godschalk uit. 'In dat gebouw ginder aan de overkant zit Het Labyrint, onze kleinere zusterschool die Freinet op bso-niveau toepast. Ook de Vip-school, die de richtingen kantoor, zorg en economie op tso- en bso-niveau aanbiedt, ligt om de hoek. Net als De Wingerd stadscholen, maar met meer diversiteit in de populatie. Het initiatief voor de samenwerking komt overigens van de stad, ze zien het als een manier om de gelijkwaardigheid in het onderwijs te bevorderen. Uiteraard blijven de verschillende afdelingen bestaan, maar we gaan samenleven. Op de speelplaats, in de refter, wie weet ook tijdens uitstappen of projecten. Heel precies weten we het allemaal nog niet, er zal volgend schooljaar nog enorm veel worden vergaderd. Om eerlijk te zijn, sommigen van onze leerkrachten kijken op tegen de ingrijpende verandering. Maar tegelijkertijd is het een geweldige kans om de bakens te verzetten, helemaal in de geest van Freinet.'

DOOR ERIK RASPOET
Copyright © 2015 Roularta Media Group. Alle rechten voorbehouden

Reacties

Vennligst sjekk din e-post og klikk på lenken for å bekrefte din nye e-postadresse.